Naar aanleiding van het recente overlijden van regisseur Béla Tarr vertonen we in februari zijn films Werckmeister harmóniák en Sátántángo.
Béla Tarrs zeven-en-een-half uur durende magnum opus volgt de bewoners van een Hongaars dorpje na de val van het communisme. Naar een scenario van de Hongaarse romanschrijver László Krasznahorkai, die in 2025 de Nobelprijs voor Literatuur won. In memoriam Béla Tarr. Een symfonie in zwart-wit, een meesterproef van beeldend vertellen.
Het lijkt bijna onmogelijk: een werkdag lang in de bioscoopstoel, kijkend naar een en dezelfde film. Toch is dat wat de Hongaarse regisseur Béla Tarr van zijn publiek eist, en dat dat geen probleem is, bewezen de lyrische reacties van filmkijkers en kritiek bij uitbreng van Sátántangó in 1994 en bij latere hervertoningen. Drank, veel drank en het gerucht dat de doden zijn opgestaan nemen bezit van de verbeelding van de bewoners in Sátántangó.
Sátántangó (4K-restauratie) is niet alleen een eerbetoon aan een klassieker van de Oost-Europese film, maar ook de kans om kennis te maken met een uitzonderlijk begaafde verhalenverteller-in-beelden. Sátántangó is gestructureerd als een tango door het heden en verleden. In twaalf ‘bewegingen’, opgenomen in lange takes in een betoverend zwart-wit, neemt Tarr je mee naar een morsig dorpje in Hongarije. De werknemers van de voormalige collectieve boerderij zijn radeloos na de val van het communisme; zekerheden zijn verdwenen, wat rest is de dorpskroeg en roddels over herrijzende doden.
Sátántangó behooort met Damnation (1988) en Werckmeister harmóniák (2000) tot een trilogie die tot stand kwam in samenwerking met de Hongaarse romanschrijver en scenarist László Krasznahorkai, die op 9 oktober 2025 de Nobelprijs voor Literatuur won. De films zijn een commentaar op de kwetsbaarheid van de menselijke beschaving; onverwachte, bedreigende ontwikkelingen blijken het dierlijke in de mens omhoog te brengen.
Vanwege de speelduur vertonen we de film met twee pauzes.


