Naar aanleiding van het recente overlijden van regisseur Béla Tarr vertonen we in februari zijn films Werckmeister harmóniák en Sátántángo.
De bewoners vergapen zich aan de belangrijkste attracties van het circus, zoals het opgezette skelet van een walvis en een geheimzinnige “Prins” die als een ware demagoog de bevolking in zijn greep probeert te krijgen. Sommige inwoners raken hun greep op de gebeurtenissen kwijt, anderen proberen een slaatje te slaan uit de ontstane wanorde.
Met Werckmeister harmóniák voltooide Béla Tarr de trilogie waartoe ook Damnation (1988) en Sátántangó (1994) behoren; de twee eerdere afleveringen kwamen eveneens tot stand in samenwerking met de Hongaarse romanschrijver en scenarist László Krasznahorkai. Alle drie de films zijn op te vatten als een commentaar op de kwetsbaarheid van de menselijke beschaving. Onverwachte, bedreigende ontwikkelingen blijken het dierlijke in de mens omhoog te brengen en doen de onderlinge solidariteit in een besloten gemeenschap snel teniet.
Béla Tarr (Pécs, 1955) studeerde aan de Hongaarse film- en televisieacademie in Boedapest en verwierf in de jaren tachtig en negentig status als Hongarije”s belangrijkste avant-gardefilmer.

